U bent hier...

Overheidsinspectie-en controle


 

PILOOT BEWAKINGSPROGRAMMA VOOR BIJENZIEKTEN 2012-2013 (Nieuw)

 

Deel 8 uit “FAVV. BIJENTEELT – DIERENGEZONDHEID – BIJEN”

 

Zie ook <http://www.favv.be/sp/pa/prod-api-2_nl.asp#24>

 

Naar aanleiding van de alarmerende berichten aangaande de bijengezondheid, zowel in Europa als op wereldvlak, stelde de Europese Commissie op 1 april 2011 het Franse laboratorium ANSES aan als Europees referentielaboratorium (EURL) voor de bijengezondheid.

 

Hoofdtaak van ANSES is het oprichten van een netwerk van nationale referentielaboratoria met als doel representatieve en vergelijkbare data inzake bijengezondheid voor de gehele Europese Unie te bekomen.

 

Hiertoe werd een vrijwillig piloot bewakingsprogramma voor bijenziekten ontwikkeld waaraan ook België zal deelnemen.

 

De pilootstudie zal uitgevoerd worden in de periode 2012-2013.

 

In België bestaat momenteel geen actief bewakingsprogramma voor bijenziekten. Derhalve zijn momenteel weinig representatieve data inzake bijengezondheid voor het volledige Belgische grondgebied voor handen. Door middel van een goed gespreide monitoring over gans België hoopt men belangrijke informatie over de gezondheidstoestand van de bijen te bekomen.

 

8.1. Details Belgisch piloot programma

 

De Belgische pilootstudie omvat 3 bezoekreeksen aan 150 imkers. Per provincie zullen 15 geregistreerde imkers driemaal bezocht worden: een eerste maal in het najaar 2012, een tweede maal tijdens het vroege voorjaar 2013 en een laatste maal tijdens de zomer 2013.

 

Elk bezoek zal 2 luiken omvatten:

 

  • LUIK 1: monsterneming voor verder labo-onderzoek.
  • LUIK 2: verzameling van specifieke informatie door middel van bevraging van de imker.

 

LUIK 1.

 

Tijdens het eerste bezoek zal steeds een standaardmonster van 1 kast (min. 100 ‘kastbijen’) genomen worden voor analyse op 4 pathogenen: Varroa destructor, Tropilaelapsmijt, Deformed Wing Virus (DWV) en Acute Bee Paralysis Virus (ABPV). Daarnaast worden bij elk bezoek bijkomende stalen genomen, indien bepaalde ziektesymptomen worden vastgesteld. Deze stalen zullen geanalyseerd worden op ziektes zoals Amerikaans en Europees vuilbroed (P. larvae en M. plutonius), nosemose (N. apis en N. ceranae), acariose (A. woodi), Chronic Bee Paralysis Virus (CBPV), enz.
Doel van dit luik is een idee van de prevalentie van bepaalde ziekteverwekkers bij bijen te bekomen.

 

LUIK 2.

 

Bestaat uit het registreren van gegevens aangaande productie, management, veterinaire behandelingen, enz. door middel van een gestandaardiseerde vragenlijst.
Doel hiervan is mogelijke verzwakking en/of sterfte van bijenkolonies in kaart te brengen, zowel tijdens de winter als tijdens het honingseizoen.
In dit kader zal de imker ook verzocht worden om, eventueel met behulp van de inspecteur, de COLOSS-enquête in te vullen. Deze enquête kwam tot stand in het kader van een onderzoeksproject naar verlies van bijenkolonies, waaraan wetenschappers uit meer dan 45 landen meewerken. Door de COLOSS-enquête in te vullen, wordt waardevolle informatie teruggekoppeld naar dit onderzoeksproject, dat mede gefinancierd wordt door de Europese Commissie.

 

De imkerbezoeken zullen uitgevoerd worden door inspecteurs-dierenartsen van het Agentschap, bijgestaan door assistenten voor de bijenteelt.

 

Het piloot bewakingsprogramma wordt uitgewerkt door het FAVV in samenwerking met het Laboratorium voor Zoofysiologie van de UGent en de Faculteit Gembloux Agro-Bio Tech van de ULg. Het CODA coördineert het programma als nationaal referentielaboratorium voor de bijenziekten.

 

Een eerste communicatie met de sector vond plaats op 14 oktober 2011. Hierbij werden de krijtlijnen van het piloot bewakingsprogramma voorgesteld. Het Agentschap zal op regelmatige basis communiceren met de sector over de resultaten van het programma. Ook het EURL ANSES zal op geregelde tijdstippen overkoepelende resultaten bekend maken.

 

8.2. Verdere evolutie

 

Het FAVV beschouwt het piloot bewakingsprogramma als de ideale gelegenheid om een bewakingssysteem voor de bijengezondheid voor het volledige Belgische grondgebied op punt te zetten. Praktische details aangaande o.a. staalneming, labo-analyses, enz. kunnen verder uitgewerkt en geperfectioneerd worden binnen de scope van het piloot programma.
Afhankelijk van de uitkomst van deze pilootstudie voorziet de Europese Commissie de mogelijkheid om eventueel een meer structureel bewakingsprogramma voor bijenziekten op te starten op permanente basis. De sector zal steeds geconsulteerd worden bij de uitwerking van mogelijk toekomstige bewakingsprogramma’s voor bijenziekten. De resultaten van het huidig programma zullen bepalen in hoever in een later stadium de scope van het programma dient aangepast te worden.


Website door Alexander Struelens